Het lokale verhaal

Het Rijk kiest in 2027 één locatie voor twee nieuwe kerncentrales in Nederland. Er is een grote kans dat deze in Zeeland terecht komen. De gemeente Vlissingen zit, samen met het Rijk, de provincie Zeeland, de gemeente Borsele en de gemeente Terneuzen, aan tafel om het Rijk-Regio Pakket (RRP) vorm te geven. In dit pakket worden afspraken gemaakt over wat belangrijk is voor de regio. De stem van inwoners speelt daarin een belangrijke rol.​

​Daarom wil de gemeente Vlissingen goed begrijpen wat er leeft in de stad en de omliggende dorpen. Samen onderzochten we welke zorgen, vragen én kansen er leven onder inwoners, ondernemers, onderwijsinstellingen en maatschappelijke organisaties. Deze inzichten helpen de gemeente om Vlissingen goed te vertegenwoordigen aan de overlegtafel voor het RRP.

De aanpak

We kozen voor een ontwerpend participatieproces, gebaseerd op de principes van social design. We werkten van binnen naar buiten en in duidelijke fases: informeren, verkennen, toetsen en samenstellen.

We startten met een interne verkenning binnen de gemeente: welke zorgen, kansen en randvoorwaarden ziet Vlissingen zelf? Daarbij keken we ook naar ervaringen en uitgangspunten in de regio, zoals de Borselse voorwaarden. Bij een abstract en complex onderwerp helpt het om te werken met wat er al is. Door bestaande inzichten te toetsen in plaats van mensen te starten met een blanco vel, sloten we beter aan bij de leefwereld van inwoners én bij de systeemwereld van beleid. Dat leverde een genuanceerd en herkenbaar beeld op, waarin zorgen, vragen en kansen naast elkaar bestaan.

Deze eerste schets vormde de basis voor het gesprek met de stad. Vervolgens gingen we naar buiten. We spraken inwoners op straat in Vlissingen, Oost-Souburg en Ritthem, bezochten scholen om ook jongeren te betrekken en haalden reacties op via het platform Doe mee Vlissingen. In totaal deden ongeveer duizend mensen mee.

Daarnaast gingen we verdiepend in gesprek met georganiseerde partijen zoals dorpsraden, ondernemers, onderwijsinstellingen en maatschappelijke organisaties. We borduurden daarbij voort op de opbrengsten van de gesprekken met inwoners. In alle gesprekken stond hetzelfde centraal: ruimte voor persoonlijke zorgen én het gesprek over wat goed is voor Vlissingen als geheel. De opbrengsten zijn geanalyseerd, samengebracht en teruggekoppeld en vormen nu de basis voor tien Vlissingse bouwstenen.

Waarom werkt het?

Deze aanpak werkt omdat we participatie niet zagen als één moment, maar als een lijn in een groter proces. We sloten aan bij wat er al speelde, gebruikten heldere en aansprekende taal en gingen naar plekken waar mensen al waren – van supermarkt tot schoolplein. Door het abstracte en complexe onderwerp visueel en toegankelijk te maken, nodigden we mensen uit die anders niet zo snel zouden aanhaken. Juist de vormgeving van de interventie wekten nieuwsgierigheid en maakten het makkelijker om het gesprek aan te gaan.

We namen zorgen serieus en combineerden ervaringskennis van inwoners met beleidskennis van de gemeente. Door continu te schakelen tussen leefwereld en systeemwereld ontstond een rijk en genuanceerd beeld: zorgen over veiligheid en gezondheid, maar ook kansen voor werkgelegenheid, onderwijs en regionale ontwikkeling.

Cruciaal was de transparantie. Deelnemers weten wat er met hun inbreng gebeurt en hoe deze wordt gebruikt in het vervolg. Inwoners vragen de overheid vooral om zorgvuldigheid: gedegen onderzoek, goed luisteren en duidelijk communiceren. Dit participatieproces laat zien dat dat ook kan in een complex, nationaal vraagstuk.

“Buitenlijn zorgde ervoor dat een abstract onderwerp tastbaar werd voor onze inwoners, van jong tot oud. Door de diverse mogelijkheden om mee te doen, hebben we veel inwoners kunnen bereiken.”

Gemeente Vlissingen